Gegevensdefinities dPi.. Wat heb ik er aan?

Onlangs hebben CFV en WSW nieuwe gegevensdefinities gepubliceerd voor de dPi (zie onder andere www.corpodata.nl, gegevensdefinities). Op het eerste gezicht lijkt het alleen maar een enorme stapel papier (zelfs op het beeldscherm). Bovendien vergt het oefening om de structuur te doorgronden. De vraag is dus: waarom nieuwe definities? Wat is het nut?
Laten we voorop stellen: de definities zijn nog niet af. Maar ik denk dat zowel corporaties als toezichthouders nu al van de nieuwe definities kunnen profiteren.

Problemen met de oude definities
De oude definities hadden een aantal problemen. Ze waren vaak multi-interpretabel. Soms zat die speelruimte er bewust in, maar veel vaker was dat onopzettelijk. Het gevolg is dat corporaties niet wisten welke informatie ze moesten aanleveren. Maar ook gold dat WSW en CFV eigenlijk geen idee hadden welke informatie ze kregen.
Een tweede probleem was dat de definities geen aansluiting bij de praktijk van corporaties hadden. Er werd om zaken gevraagd die heel ver af staan van de processen en de administratie van corporaties. Dat betekent dat corporatiemedewerkers heel veel moeite moesten doen om de informatie te laten aansluiten bij de vragen van Copordata, Bovendien was het voor de toezichthouders totaal niet duidelijk op welke wijze de geleverde informatie tot stand was gekomen. En dus was de waarde van de informatie onduidelijk.

Waarom nieuwe definities?
In het project gegevensdefinities zijn twee doelen benoemd:
•    De basis leggen voor deugdelijke, actuele en eenduidige informatie voor toezicht, risicobeheersing en benchmarking.
•    Het kostenefficiënt aanleveren en verwerken van gegevens door minder handmatige invoer, minder kans op fouten en misinterpretaties, minder controles.
Er is dus zowel een doelstelling om de kwaliteit te verbeteren als een doelstelling om het aanleveren van informatie makkelijker te maken.

Zijn alle problemen nu opgelost?
De nieuwe definities zijn opgesteld volgens de methode van CORA en VERA. Die methode maakt het mogelijk om heel precies aan te duiden hoe een bepaalde definitie is opgebouwd. Bovendien maakt de methode het mogelijk om aansluiting te krijgen bij de processen en de administratie van corporaties. Dat is dus winst.
Maar het is zeker niet zo dat alle problemen nu zijn opgelost. Een deel van de interpretatieruimte is verdwenen, maar een deel van die ruimte zit er juist in ‘by design’. Die ruimte los je niet op met betere beschrijvingen. Daarnaast zullen corporaties nog steeds veel werk moeten verrichten om de informatie te leveren. Dat ligt niet aan de definities, maar aan het feit dat CORA en VERA nog niet ver genoeg ontwikkeld zijn. De gegevens die in de dPi worden gevraagd zijn simpelweg nog niet gemodelleerd in CORA en VERA.

Hoe verder?
Om de definities optimaal bruikbaar te maken zullen CORA en VERA moeten worden uitgebreid. Een voorstel hiervoor is al ingebracht in de stuurgroep van CORA. Als dat gebeurd is, komt een automatische aanlevering van de gevraagde informatie een grote stap dichterbij.
Daarnaast geldt dat nog niet alle gegevens zijn gedefinieerd volgens de nieuwe methode. Dus ook voor WSW en CFV is er werk aan de winkel.
Voor zowel corporaties als toezichthouders is makkelijk te becijferen dat er een sterke business case ligt voor betere definities.

Waar wachten we dus op?

 

Posted by Frits van Dijk on in Corposcoop.nl